Blog

3 november 2014 | Nieuwe pensioenregeling Metaal

Jörg Sauer Jörg Sauer Via mijn blog wil ik met jullie delen wat mij bezig houdt over diverse onderwerpen, maar ik wil jullie ook aanzetten tot nadenken en misschien wel een reactie ontlokken….”
blog email jorg.sauer@vhp2.nl

Afgelopen september is het ons gelukt om voor de Metalektro en Metaal & Techniek een nagenoeg identieke pensioenregeling af te spreken. De ledenraadpleging over het principeakkoord is nagenoeg afgerond en binnenkort maak ik de uitslag van de ledenraadpleging bekend.

Aan het akkoord is een proces van bijna 2 jaar onderhandelen vooraf gegaan. Dat nu een voor beide partijen acceptabel akkoord voorligt heeft niet in de laatste plaats met de veranderde regelgeving te maken.

Tot 2014 was het maximale opbouwpercentage 2,25 % bij een pensioenleeftijd van 65 jaar. In 2014 werd het percentage verlaagd naar 2,15 % bij een pensioenleeftijd van 67 jaar.

Omdat 2014 overduidelijk een overgangsjaar was is binnen PME besloten om de pensioenleeftijd op 65 jaar te houden en, om de regeling fiscaal zuiver te houden, het opbouwpercentage te verlagen. Dat heeft ertoe geleid dat het opbouwpercentage teruggebracht is naar 1,9 %. De pensioenpremie voor werknemers bleef nagenoeg gelijk.

Het kabinet heeft besloten om het toegestane opbouwpercentage vanaf 2015 naar 1,875 % verder te verlagen. De pensioenrichtleeftijd blijft 67 jaar. Binnen deze fiscale beperkingen was het voor vakorganisaties belangrijk om de fiscaal toegestane ruimte zo maximaal mogelijk te benutten. Voor de werkgevers was het van belang om premiestabilisatie en kostenneutraliteit te bereiken.

Het overleg spitste zich op een aantal onderdelen van de regeling toe:

  • Vakorganisaties wilden een lagere franchise om het lagere opbouwpercentage, voor met name de lagere inkomensgroepen, te compenseren. Doordat de franchiseverlaging tot een hogere premie zou leiden is ervoor gekozen om;
  • het nabestaandenpensioen (70 %) voor 50 % op te bouwen en voor 20 % op risicobasis te verzekeren. Bij overlijden van de deelnemer gedurende het dienstverband ontvangt de nabestaande nog steeds 70 % van het bereikbare ouderdomspensioen. Bij uitdiensttreding (ontslag, pensioen) kan de deelnemer een deel van zijn ouderdomspensioen omzetten in een volledig nabestaandenpensioen (70 %). Deze omzetting zal afhankelijk van de leeftijd van de deelnemer en de actuele overlevingsstaffels circa 3 % van het ouderdomspensioen bedragen.
  • Voor de komende 5 jaar is voor werkgevers en werknemers een vaste pensioenpremie vastgelegd.
  • Werknemers hebben binnen de beschikbaar gestelde premie een maximale pensioenregeling.

Voor de achterban van de VHP2 zijn 2 zaken van belang:

  1. De basispensioenregeling geldt in 2015 tot een bedrag van € 70.000,-. Daarna wordt het bedrag met de CAO-verhogingen geïndexeerd waarbij de jaarlijkse franchiseverlaging wordt afgetrokken. Voor inkomens boven de € 70.000,- kunnen werkgevers een vrijwillige excedent-regeling bij PME of elders afsluiten. Voor werkgevers die de excedent-regeling bij PME hebben ondergebracht verandert weinig. Werkgevers die de excedent-regeling elders hebben ondergebracht hoeven voor nieuwe gevallen alleen met de nieuwe salarisgrens rekening houden.
  2. Boven een jaarinkomen van € 100.000,- kan alleen nog uit het netto salaris voor pensioen gespaard worden.
    1. Wij hebben voor deze groep geen afspraken gemaakt.
    2. Het is aan de individuele werkgever hoe hij werknemers met een inkomen boven € 100.000,- voor de verloren pensioenopbouw gaat compenseren.
    3. Het ligt voor de hand dat de werkgever de premie die hij tot 2015 voor pensioenopbouw stort als bruto inkomen aan de werknemer gaat toekennen. Op die manier kan de werknemer zelf bepalen op welke wijze hij het ontstane gat gaat vullen.
    4. Als onze leden zich door hun werkgever tekort gedaan voelen, dan zullen wij hun helpen om datgene te krijgen waar ze recht op hebben.   

Op dit moment wordt nog aan de details van de reglementen en aan de laatste losse eindjes gewerkt. Het grote plus is dat wij voor de komende jaren voor deelnemers duidelijkheid over de pensioenregeling hebben gecreëerd.

Toch wordt in SER verband over de toekomst van het pensioenstelsel gediscussieerd. Verder worden in 2015 de gevolgen van het nieuwe financiële toetsingskader zichtbaar. Als VHP2 hebben wij onze input voor beide discussie geleverd.

Beroepsmatig houd ik mij meer dan 20 jaar met pensioen bezig en in tegenstelling tot wat mensen beweren wordt pensioen nooit saai!   

Jörg Sauer